REFERENTIES  

Doelstellingen (Richtlijnen voor het stellen van doelen.)

Het stellen van doelen beïnvloed atleten op alle niveaus en elke leeftijd. Het is verbonden met positieve veranderingen van het denkvermogen zoals angst, zelfvertrouwen en motivatie. Echter doelen stellen is effectief als de gestelde doelen aan een aantal criteria voldoen. Het is nog vaak genoeg dat doelen gesteld worden maar op een onjuiste manier geformuleerd worden. Er wordt niet voldaan aan de richtlijnen die ervoor zorgen dat doelstellingen effectief worden. In dit stukje worden een aantal richtlijnen gegeven voor het stellen van doelen. In de literatuur van de sportpsychologie worden twee vormen van het stellen van doelen als meest belangrijk geacht. Dit zijn de prestatiedoelen en de resultaatdoelen. Prestatiedoelen zijn erop gericht om de eigen prestatie van de vorige keer te verbeteren, terwijl de resultaatdoelen gericht zijn op het verbeteren van het resultaat. Het blijkt uit onderzoek van onder andere Burton, dat de prestatiedoelen meer rendement opleveren dan resultaatdoelen. De reden die hiervoor aangegeven word is dat de prestatiedoelen meer intern gericht zijn, wat betekent dat het resultaat van een doel onder controle van het eigen kunnen staat. Resultaatdoelen daarentegen zijn veel meer extern gericht en zijn veel slechter te beïnvloeden. Bijvoorbeeld: een vergelijking van een triathlon kan je beter maken t.o.v. een tijd die je de jaren ervoor behaalt hebt dan te kijken naar welke plaats je bent gekomen in de wedstrijd.

Zoals hierboven vermeldt is moeten doelstellingen aan een aantal eisen voldoen. De richtlijnen die gegeven worden zijn allen in een sportsetting onderzocht. De richtlijnen zijn in elf kernpunten geformuleerd.

1. Zet specifiek meetbare doelen,
alleen je best doen is niet genoeg zorg ervoor dat je beter wilt doen dan vorig jaar of zet een doel dat overeenkomt met je trainingsarbeid die je geleverd hebt.
2. Zet moeilijke maar realistische doelen,
moeilijke doelen kan leiden tot betere prestaties. Echter als het doel te moeilijk is kan dit leiden tot frustraties en demotivatie. Wanneer je niet zo goed bent in het inschatten kan je wellicht advies vragen aan mensen die betrokken bij je zijn.
3. Zet korte termijn doelen en lange termijn doelen,
korte termijn doelen zijn er om binnen een korte termijn de situatie te beoordelen. Het stellen van een aantal korte termijn doelen stippelt de weg uit naar een lange termijn doel. Het voordeel van korte termijn doelen is dat er tussentijds gekeken kan worden of het lange termijn doel realistisch gesteld is of niet. Werk van doel tot doel en maak niet te grote stappen.
4. Zet prestatiedoelen in plaats van resultaatdoelen,
sporters hebben meer baat bij prestatiedoelen. Er ontstaat vaak genoeg een situatie waarbij er een persoonlijk record gescoord is maar een slechte positie. Wanneer er een resultaatdoel gezet is kan dit leiden tot de conclusie dat het doel niet gehaald is terwijl er wel optimaal gepresteerd is.
5. Zet doelen voor de training en de wedstrijd,
meeste sporters zetten alleen doelen voor de wedstrijd terwijl de trainingen 80 % van de tijd innemen. Doelstellingen zoals "ik wil vandaag 100 km fietsen en 3 km zwemmen" zijn heel gewoon, maar moeten wel expliciet gesteld worden. Het maken van een programma aan het begin van de week wil vaak goed helpen.
6. Zet positieve doelen in plaats van negatieve doelen,
positieve doelen richten jezelf op succes terwijl negatieve doelen meer gericht zijn op falen. Je kan beter zeggen " De wissels ga ik vandaag flitsend trainen" in plaats van "Ik moet vandaag niet zo sloom zijn als de vorige keer".
7. Zet data voor het behalen van doelen,
een datum helpt de atleet de urgentie van een doel in te zien. Wees wel zo flexibel dat als er onverwachte gebeurtenissen tussen komen om de datum aan te passen.
8. Herken wanneer een doel bereikt is,
stel voor jezelf duidelijk wanneer een doel bereikt is en wanneer niet. Met trainingen zal dit makkelijker gaan dan met wedstrijden.
9. Sla een doel in je geheugen op zodra het bereikt is,
door het seizoen heen zijn er meerdere hoofddoelen. Sla de hoofddoelen op in je hoofd en zorg dat de rest netjes op papier staan. Het bereiken van een doel dient als positieve ervaringen voor de andere te halen doelen.
10. Zorg na afloop voor een evaluatie,
met behulp van een evaluatie kan bepaald worden of een doel te moeilijk of te makkelijk was. Ook kan je kijken of het doel realistisch was. Misschien had je het einddoel wel bij moeten stellen omdat er onverwachte gebeurtenissen tussen zijn gekomen.
11. Zorg voor ondersteuning van de gestelde doelen,
belangrijk is dat de mensen om de sporter heen ook de doelstelling ondersteunen. Vraag ze regelmatig om hun mening. Mensen om je heen zien vaak meer dan dat jij in je eentje kan zien.

De punten hierboven zijn erop gericht om doelstellingen op een verantwoorde wijze te stellen. Ze kunnen je helpen bij een realistische en positieve interpretatie van je eigen sportprestatie. Hierdoor kan u sporten als een leuke, attractieve en ontspannende bezigheid ervaren.

Terug naar het referenties overzicht.